5 januari 2012

Minimumloon per 1 januari 2012


Per 1 januari 2012 stijgen de bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon. De stijging bedraagt 0,79%.

Het minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder wordt € 1.446,60 bruto per maand. Het minimum jeugdloon geldt voor personen van 15  tot en met 22 jaar en wordt uitgedrukt in een percentage van het minimumloon van een werknemer van 23 jaar.



13 december 2011

Bewaar aangiftebrief loonheffingen


Iedere werkgever die personeel in dienst heeft, heeft onlangs van de belastingdienst een mededeling ontvangen dat met ingang van 1 januari 2012 er geen aangifteverzoeken loonheffingen met aangehechte acceptgiro meer worden uitgereikt. In de plaats daarvan heeft u een aangiftebrief loonheffingen voor heel 2012 ontvangen met daarop aangegeven de uiterste aangifte- en betaaldatum en betalingskenmerk. Bewaar deze brief goed zodat u tijdig en voorzien van het juiste kenmerk de betaling kunt doen.

De cliënten waarvoor ons kantoor de aangifte loonheffing verzorgt ontvangen maandelijks tijdig een afschrift van de ingediende aangifte met daarop het betalingskenmerk en uiterste betaaldatum.



26 november 2011

Kerstpakketten in 2011


Zoals altijd worden de ondernemers tegen het jaareinde overspoelt met aanbiedingen voor kerstpakketten. Hoe gaat u hier ook alweer fiscaal mee om?

Heeft u in 2011 de werkkostenregeling nog niet toegepast dan is voor u de “oude” regeling nog van kracht. Als u op jaarbasis maximaal € 70,– (incl btw) aan de werknemers geeft in de vorm van een geschenk heeft dat voor de werknemer geen gevolgen. U als werkgever moet over de waarde een eindheffing toepassen van 20%.

Is het geschenk op jaarbasis meer dan € 70,– dan moet u over het meerdere belasting betalen tegen het tarief dat voor de werknemer geldt. Houdt er wel rekening mee dat per geschenk het bedrag niet hoger mag zijn dan € 136,– en op jaarbasis het totaal niet meer dan € 272,–. Geeft u toch meer, dan is het meerdere bij de werknemer als brutoloon belast.

Heeft u in 2011 de werkkostenregeling wel toegepast? U, als werkgever,  bent dan in beginsel 80% eindheffing verschuldigd over het gegeven geschenk. Voor de werknemer ook hier geen gevolgen. Is er echter nog ruimte binnen de 1,4% van de loonsom, dan blijven de geschenken zelfs geheel onbelast.



25 oktober 2011

Vitaliteitsregeling (2)


Op 21 september jl hebben wij in onze nieuwsrubriek melding gemaakt van de per 1 januari 2012 in te voeren vitaliteitsregeling. Inmiddels heeft de staatssecretaris hierop wat aanpassingen doorgevoerd mbt de levensloopregeling.  De inhoud hiervan luidt nu als volgt:

De levensloopregeling wordt afgeschaft per 2012. Nieuwe deelnemers kunnen zich vanaf dan niet meer aanmelden. Neemt u al deel aan de levensloopregeling, dan geldt de volgende overgangsregeling:

  • Heeft u op 31 december 2011 minimaal € 3.000 gespaard in de levensloopregeling, dan kunt u onder de huidige voorwaarden doorsparen tot de pensioengerechtigde leefijd. Ook kunt u het spaartegoed in 2013 onbelast doorstorten naar vitaliteitssparen.
  • Heeft u minder dan € 3.000 euro spaartegoed op 31 december 2011, dan kunt u het tegoed in 2012 en 2013 opnemen voor verlof (na belastingheffing), of in 2013 onbelast doorstorten naar de vitaliteitsspaarregeling. U kunt vanaf 2012 geen geld meer bijstorten voor de levensloopregeling.

Wie vanaf 2014 nog het spaartegoed van de levensloopregeling doorstort, moet dan wel belasting betalen over het bedrag vanaf € 20.000.
Voor alle deelnemers aan de levensloopregeling geldt ook dat zij in 2012 geen aanspraak meer kunnen maken op de levensloopverlofkorting (een korting op de inkomstenbelasting -IB). Deze komt per 1 januari 2012 te vervallen.

Het wetsvoorstel moet nog zowel door de Eerste – als Tweede Kamer behandeld worden.



13 oktober 2011

Inkomensafhankelijke bijdrage 2012


In de begroting voor 2012 wordt door het Ministerie van VWS gemeld dat de inkomenafhankelijke bijdrage daalt. Het lijkt dus te gaan om een positieve maatregel voor de premiebetaler (werknemer/DGA’s, ondernemers en werkgever).

Tegelijkertijd wordt vanaf 2012 aangesloten bij de hogere premiegrens van de werknemersverzekeringen.Voor iedereen met een premie-inkomen boven de € 33.427 (maximale premie-inkomen in 2011) betekent deze maatregel dat het nieuwe premie-inkomen € 49.297 (maximum 2012) zal bedragen.

Een premie die dan wordt verlaagd tot 7,1% betekent voor de groep met een inkomen tussen de € 33.427 en € 49.297 (op basis van gegevens 2011) dat er weliswaar een lagere premie wordt berekend, maar wel over een hoger premie-inkomen.

Stel: Het inkomen bedraagt € 50.000

In 2011 is de premie dan maximaal € 2.590 (7,75% x € 33.427)
In 2012 is de premie dan € 3.500 (7,1% x € 49.297).
Hierbij is sprake van een premie die dus € 910 hoger ligt ofwel een stijging van zo’n 35%!

 Dit effect geldt dus voor werknemers en werkgevers. De werkgever dient deze premie namelijk aan de werknemer te vergoeden. De werkgever is voor werknemers met een dergelijk loon volgend jaar dus € 910 duurder uit. Vervolgens gaat dit mee in de berekening van de loonheffing en zal de werknemer over deze € 910 loonheffing betalen. De werknemer ontvangt hierdoor dus een lager nettoloon. Bij een belastingtarief van 42%, ontvangt de werknemer dus ongeveer € 382 minder op jaarbasis.

Voor DGA’s en ondernemers is een verlaagd tarief van toepassing, t.w. 5,65% in 2011 en nu op basis van de voorstellen 5,0% in 2012.  Ook hier is het effect hetzelfde.

Stel dat het inkomen van de DGA of de winst van de ondernemer € 50.000 bedraagt.

In 2011 is de premie dan maximaal € 1.888 (5,65% x € 33.427).
In 2012 is de premie dan € 2.465 (5,0% x € 49.297).
Een verschil van € 577 in het nadeel van de DGA of ondernemer ofwel een stijging van zo’n 30%!

De verlaging van de premie heeft dus alleen een positief effect indien het inkomen van de premie-plichtige ligt onder de huidige inkomensgrens van € 33.427. Iedereen met een hoger inkomen wordt extra belast. 

Het is de vraag of de personen die gaan over dit wetsvoorstel dit hebben voorzien en of de personen die moeten stemmen over dit voorstel in de gaten hebben welke effecten dit heeft!!



21 september 2011

Werkbonus voor 62-plussers


Naast het per 1 januari 2012 invoeren van het Vitaliteitssparen wordt per deze datum ook de werkbonus voor 62-plussers ingevoerd. Deze regeling vervangt de arbeidskorting voor ouderen en de doorwerkbonus. Die verdwijnen en worden per 2012 afgebouwd.

Werkbonus voor ouderen

De additionele arbeidskorting voor werkenden die 58 jaar of ouder zijn en de doorwerkbonus voor werkenden die 62 jaar of ouder zijn worden vervangen door één werkbonus voor werkenden. Deze regeling geldt voor 62-plussers (die aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt).

De werkbonus bedraagt € 3000 euro en is meer gericht op 62-plussers met lage inkomens. De 62-plusser met arbeidsinkomen ontvangt de standaard arbeidskorting die geldt voor alle werkende belastingplichtigen én de verhoging van die standaard arbeidskorting met een werkbonus van maximaal € 3000.

Regeling in de loon- en inkomstenbelasting

De nieuwe werkbonus sluit aan bij de huidige arbeidskorting voor ouderen. Dat heeft als voordeel dat er geen nieuwe heffingskorting geïntroduceerd hoeft te worden. Bovendien wordt de arbeidskorting bij de berekening van de loonbelasting die door de inhoudingsplichtige wordt ingehouden al verrekend.

De werkbonus wordt net als de arbeidskorting een regeling in de loon- en inkomstenbelasting en niet zoals de doorwerkbonus een regeling slechts in de inkomstenbelasting. Dit bevordert de transparantie en effectiviteit: doorwerken wordt direct in de portemonnee gevoeld. Omdat de werkbonus een vast bedrag is (vanaf 108% WML), is het voor burgers van tevoren ook beter in te schatten hoe hoog de bonus wordt.

Huidige 62-plussers
In 2012 komt de arbeidskorting voor ouderen geheel te vervallen. De 62-plussers hebben in 2012 nog wel recht op de doorwerkbonus, die in 2013 komt te vervallen.

Doorwerkbonus 2011 2012 2013: recht op werkbonus?
Het jaar dat je 62 wordt 5% 1,5% Ja
Het jaar dat je 63 wordt 7% 6% Ja
Het jaar dat je 64 wordt 10% 8,5% Ja
Het jaar dat je 65 wordt 2% 2% Ja
Het jaar dat je 66 wordt 2% 2% Ja
Het jaar dat je 67 wordt 1% 1% Ja


Vitaliteitssparen


Op 7 september jl is er op onze site al een voorzetje voor gegeven en op Prinsjesdag is in het belastingplan 2012 bekendgemaakt dat Vitaliteitssparen per 1 januari 2012 wordt ingevoerd en dat de spaarloonregeling en de levensloopregeling verdwijnen. Wat houdt dit in?

Vitaliteitssparen

Vitaliteitssparen is een fiscaal gefacilieerde vorm van sparen tot € 20.000 bruto met een jaarlijks aftrekbare maximuminleg van € 5.000 in box 1. Daarnaast wordt het opgebouwde tegoed niet belast in box 3. Er wordt pas belasting geheven bij opname van het tegoed. Deelnemers kunnen jaarlijks maximaal € 20.000 opnemen en vervolgens opnieuw sparen tot het maximum weer bereikt is.

Bestedingsvrij

Anders dan in het Regeerakkoord is de vitaliteitsspaarregeling nu bestedingsvrij. Deelnemers bepalen zelf waarvoor en wanneer zij spaargeld opnemen. Een zzp’er kan bijvoorbeeld met het tegoed uit de vitaliteitsregelingeen periode van inkomensachteruitgang compenseren.

Vanaf het jaar waarin een deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, geldt dat er per jaar maximaal €10.000 opgenomen mag worden. De reden hiervoor is dat het kabinet wil voorkomen dat de vitaliteitsregeling ingezet gaat worden om voltijds eerder te kunnen stoppen met werken. Het tegoed valt uiterlijk voor het bereiken van de (verhoogde) AOW-leeftijd vrij.

Spaartegoed opnemen

Tot 1 januari 2016 blijft een spaarloontegoed vrijgesteld in box 3, dan verdwijnt de spaarloonregeling. Het vitaliteitspakket wordt geleidelijk ingevoerd over de jaren 2012 en 2013. Dit biedt burgers, bedrijven en de Belastingdienst de tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie.

De levensloopregeling blijft vanaf 2012 open voor deelnemers die op 31 december 2011 ten minste € 3.000 op hun levenslooprekening hebben staan. Vanaf 2012 wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd; tot nu toe opgebouwde rechten kunnen wel verzilverd worden bij opname van het spaartegoed. Vanaf 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Dit cohort houdt de mogelijkheid om in te leggen en op te nemen onder de huidige voorwaarden van de levensloopregeling. In 2019 bereikt het jongste lid van deze groep de AOW-gerechtigde leeftijd. De regeling is dan ook voor deze groep gesloten.

Deelnemers met minder dan €3.000 euro spaargeld kunnen het tegoed in 2012 opnemen of in 2013 onbelast doorstorten naar vitaliteitssparen. 



7 september 2011

Spaarloon stopt per 1 januari 2012


Het kabinet wil de inleg in de spaarloonregeling per 1 januari 2012 stopzetten. Deze maatregel is bedoeld om met de middelen voor de spaarloonregeling voor het jaar 2012 de verlaging van de overdrachtsbelasting te financieren. Het kabinet verwacht dat dit € 0,5 miljard zal opleveren. Tevens loopt het kabinet met de maatregel vooruit op de invoering van de vitaliteitsregeling, die al was aangekondigd in het regeerakkoord. In deze nieuwe regeling moeten de bestaande spaarloon- en levensloopregeling opgaan. Het kabinet verwacht dat dit op zijn vroegst per 1 januari 2013 zal gebeuren.
De inleg in de spaarloonregeling vervalt dus vooruitlopend op de invoering van het vitaliteitspakket al per 1 januari 2012. Het opgebouwde vermogen wordt conform de huidige systematiek jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven en de box 3-vrijstelling blijft in stand. Na vier jaar, dus per 1 januari 2016, wordt de spaarloonregeling opgeheven.



9 juli 2011

Voorziening niet-opgenomen vakantiedagen


geplaatst in: Personeel en Salaris

Nieuwe regels vanaf 1 januari 2012. Per 1 januari 2012 komen er nieuwe regels over het opbouwen en opnemen van vakantiedagen. Voor alle wettelijke vakantiedagen (meestal voor een fulltimer 20 dagen per jaar) die vanaf 1 januari 2012 worden opgebouwd, geldt dat deze binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd, moeten worden opgenomen. Hierna vervallen de vakantiedagen. De huidige vervaltermijn voor vakantiedagen is vijf jaar.

Overgangsregeling. Voor vakantiedagen die vóór 1 januari 2012 zijn opgebouwd, blijft de vervaltermijn van vijf jaar gelden. Dit laatste geldt ook voor bovenwettelijke vakantiedagen die vanaf 1 januari 2012 worden opgebouwd, tenzij in de cao iets anders is overeengekomen.

Dat de vakantiedagen sneller opgenomen moeten worden, geldt niet als uw werknemer niet in staat was om vakantie te nemen. Bijvoorbeeld door ziekte of omdat de werkzaamheden dit niet toelieten. Dan blijft de termijn vijf jaar. Ook kunt u in overleg met de werknemer de termijn van zes maanden verlengen.

Voorziening. Mogelijk vormt u op dit moment een voorziening voor nog uit te betalen loon tijdens vakantiedagen. Naar verwachting zal op termijn deze voorziening door deze wijzigingen steeds verder afnemen.

Voorlopig speelt dit nog niet bij het berekenen van de balanspost. Immers, voor de dagen die eind 2011 opgebouwd zijn en niet zijn opgenomen, gelden nog de huidige regels (deze vervallen pas na vijf jaar).

Bron: Tips & Advies belastingen



Deeltijd-WW gestopt


geplaatst in: Personeel en Salaris

Per 1 juli 2011 is de deeltijd-ww stopgezet. De tijdelijke regeling die is ingezet om bedrijven tijdens de economische crisis te helpen kan niet meer worden toegepast.

Werknemers die tot 1 juli jl nog deeltijd-ww krijgen moeten vanaf deze datum weer het volledige aantal uren gaan werken. De werkgever moet vanaf deze datum ook weer het volledige loon betalen.




Oudere Berichten »