21 september 2011

Heffingsrente 4e kwartaal 2011


Per 1 oktober 2011 wordt de heffingsrente verhoogd tot 3%. Dit houdt in dat te laat betalen van uw belasting duurder wordt. Echter vooruitbetaalde- of te ontvangen belasting kan rente en dus een voordeel opleveren.



Wijzigingen voor de BPM en MRB


In het Wetsvoorstel uitwerking Autobrief en het Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012 wordt een groot aantal wijzigingen voor de BPM en motorijtuigenbelasting (MRB) voorgesteld. Een overzicht van de elf belangrijkste maatregelen.

BPM:

De CO2-schijfgrenzen worden jaarlijks per 1 januari neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). Tot 1 juli 2012 is de tariefstructuur zoals beschreven in het Belastingplan 2011 van toepassing. Het wetsvoorstel legt de CO2-schijfgrenzen voor de jaren tot en met 2015 vast:

  • De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015. Vanaf 2015 is het onderscheid tussen benzine en diesel verdwenen en geldt de vrijstelling voor beide brandstofsoorten tot 83 gram per kilometer;
  • Er wordt per 1 juli 2012 een vierde schijf ingevoerd die in 2015 voor beide brandstofsoorten begint bij een CO2-uitstoot van 180 gram per kilometer;
  • De vaste dieseltoeslag wordt met ingang van 1 juli 2012 vervangen door een CO2-gerelateerde dieseltoeslag die begint bij 70 gram per kilometer. Het tarief neemt geleidelijk toe van 40 euro per gr/km in 2012 tot 80 euro per gr/km in 2015 (prijzen 2011). Tot 1 juli 2012 geldt voor dieselauto’s met een uitstoot van meer dan 95 gr/km nog de vaste toeslag van € 1900;
  • Om te bewerkstelligen dat het aandeel BPM in een aardgasauto wordt verlaagd worden met ingang van 1 juli 2012 de CO2-grenzen en -tarieven voor benzineauto’s van toepassing op de aardgasauto’s waarvan de aardgasinstallatie al in de fabriek is ingebouwd;
  • Er wordt expliciet opgenomen dat de BPM of een vermindering of teruggaaf van BPM voor binnenlandse gebruikte auto’s wordt vastgesteld aan de hand van de forfaitaire afschrijvingstabel;
  • De BPM-heffing bij ombouw van motorrijtuigen wordt wettelijk geregeld. Het te verrekenen bedrag wordt gemaximaliseerd tot het bedrag van de verschuldigde belasting. Er wordt dus geen teruggaaf verleend indien het eerder betaalde BPM-bedrag hoger was dan de na de ombouw verschuldigde BPM. Verder wordt expliciet geregeld dat de belasting ter zake van de ombouw van een al in Nederland geregistreerd gebruikt motorrijtuig wordt berekend met toepassing van de forfaitaire afschrijvingstabel;
  • De goedkeuring waarbij voor buitenlandse leaseauto’s per saldo alleen BPM wordt betaald over het Nederlandse gebruik wordt vervangen door een vergelijkbare wettelijke regeling. De maximale overeengekomen huurperiode waarbij de regeling kan worden toegepast, is vier jaar. Wordt een langere huurperiode overeengekomen of geen einddatum genoemd, dan is feitelijk sprake van permanent duurzaam gebruik in Nederland en wordt de teruggaaf verleend volgens de normale teruggaafregeling bij export, als het gebruik in Nederland daadwerkelijk wordt beëindigd en de auto weer buiten Nederland wordt gebracht. Bij wijziging van de overeengekomen huurperiode, of als niet langer aan de voorwaarden voor verrekening wordt voldaan, wordt de verrekende teruggaaf herzien.

MRB:

  • De vrijstelling van de MRB voor zeer zuinige auto’s vervalt per 1 januari 2014 voor zowel nieuwe als bestaande personenauto’s. Hierdoor zal de MRB vanaf 2014 alleen nog op gewicht gebaseerd zijn. De toegezegde forfaitaire gewichtscorrectie voor elektrische en semi-elektrische auto’s wordt aanvang 2014 vastgesteld;
  • Tot 1 januari 2014 gelden de huidige CO2-vrijstellingsgrenzen (benzine 110 gr/km, diesel 95 gr/km);
  • Personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km zullen tot en met 2015 worden vrijgesteld;
  • In de MRB wordt voor aardgasauto’s waarvan de aardgasinstallatie al in de fabriek is ingebouwd de zogenoemde LPG-toeslag van toepassing, meer specifiek de lagere toeslag die van toepassing is op auto’s met een zogenoemde LPG-3-installatie.


Rittenregistratie bestelauto afgeschaft


Ondernemers die met hun bestelauto alleen zakelijk rijden, hoeven volgend jaar geen ritregistratie meer bij te houden.

Verklaring

Per 1 januari 2012 kunnen bezitters van een bestelauto verklaren dat ze enkel zakelijk met de auto rijden. Door deze verklaring hoeven ze geen rittenregistratie meer bij te houden.

Meubelboulevard

Wel gaat de belastingdienst controles uitoefenen. Wordt de eigenaar in het weekend bij een meubelboulevard betrapt en kan de eigenaar de Belastingdienst niet overtuigen dat de bestelauto vanwege een zakelijke reden op die plaats stond, dan moet er alsnog de volle bijtelling over de bestelauto worden betaald. Oftewel dan moet 25 procent van de nieuwwaarde van de auto bij het belastingbaar inkomen worden opgeteld.



Werkbonus voor 62-plussers


Naast het per 1 januari 2012 invoeren van het Vitaliteitssparen wordt per deze datum ook de werkbonus voor 62-plussers ingevoerd. Deze regeling vervangt de arbeidskorting voor ouderen en de doorwerkbonus. Die verdwijnen en worden per 2012 afgebouwd.

Werkbonus voor ouderen

De additionele arbeidskorting voor werkenden die 58 jaar of ouder zijn en de doorwerkbonus voor werkenden die 62 jaar of ouder zijn worden vervangen door één werkbonus voor werkenden. Deze regeling geldt voor 62-plussers (die aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt).

De werkbonus bedraagt € 3000 euro en is meer gericht op 62-plussers met lage inkomens. De 62-plusser met arbeidsinkomen ontvangt de standaard arbeidskorting die geldt voor alle werkende belastingplichtigen én de verhoging van die standaard arbeidskorting met een werkbonus van maximaal € 3000.

Regeling in de loon- en inkomstenbelasting

De nieuwe werkbonus sluit aan bij de huidige arbeidskorting voor ouderen. Dat heeft als voordeel dat er geen nieuwe heffingskorting geïntroduceerd hoeft te worden. Bovendien wordt de arbeidskorting bij de berekening van de loonbelasting die door de inhoudingsplichtige wordt ingehouden al verrekend.

De werkbonus wordt net als de arbeidskorting een regeling in de loon- en inkomstenbelasting en niet zoals de doorwerkbonus een regeling slechts in de inkomstenbelasting. Dit bevordert de transparantie en effectiviteit: doorwerken wordt direct in de portemonnee gevoeld. Omdat de werkbonus een vast bedrag is (vanaf 108% WML), is het voor burgers van tevoren ook beter in te schatten hoe hoog de bonus wordt.

Huidige 62-plussers
In 2012 komt de arbeidskorting voor ouderen geheel te vervallen. De 62-plussers hebben in 2012 nog wel recht op de doorwerkbonus, die in 2013 komt te vervallen.

Doorwerkbonus 2011 2012 2013: recht op werkbonus?
Het jaar dat je 62 wordt 5% 1,5% Ja
Het jaar dat je 63 wordt 7% 6% Ja
Het jaar dat je 64 wordt 10% 8,5% Ja
Het jaar dat je 65 wordt 2% 2% Ja
Het jaar dat je 66 wordt 2% 2% Ja
Het jaar dat je 67 wordt 1% 1% Ja


Vitaliteitssparen


Op 7 september jl is er op onze site al een voorzetje voor gegeven en op Prinsjesdag is in het belastingplan 2012 bekendgemaakt dat Vitaliteitssparen per 1 januari 2012 wordt ingevoerd en dat de spaarloonregeling en de levensloopregeling verdwijnen. Wat houdt dit in?

Vitaliteitssparen

Vitaliteitssparen is een fiscaal gefacilieerde vorm van sparen tot € 20.000 bruto met een jaarlijks aftrekbare maximuminleg van € 5.000 in box 1. Daarnaast wordt het opgebouwde tegoed niet belast in box 3. Er wordt pas belasting geheven bij opname van het tegoed. Deelnemers kunnen jaarlijks maximaal € 20.000 opnemen en vervolgens opnieuw sparen tot het maximum weer bereikt is.

Bestedingsvrij

Anders dan in het Regeerakkoord is de vitaliteitsspaarregeling nu bestedingsvrij. Deelnemers bepalen zelf waarvoor en wanneer zij spaargeld opnemen. Een zzp’er kan bijvoorbeeld met het tegoed uit de vitaliteitsregelingeen periode van inkomensachteruitgang compenseren.

Vanaf het jaar waarin een deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, geldt dat er per jaar maximaal €10.000 opgenomen mag worden. De reden hiervoor is dat het kabinet wil voorkomen dat de vitaliteitsregeling ingezet gaat worden om voltijds eerder te kunnen stoppen met werken. Het tegoed valt uiterlijk voor het bereiken van de (verhoogde) AOW-leeftijd vrij.

Spaartegoed opnemen

Tot 1 januari 2016 blijft een spaarloontegoed vrijgesteld in box 3, dan verdwijnt de spaarloonregeling. Het vitaliteitspakket wordt geleidelijk ingevoerd over de jaren 2012 en 2013. Dit biedt burgers, bedrijven en de Belastingdienst de tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie.

De levensloopregeling blijft vanaf 2012 open voor deelnemers die op 31 december 2011 ten minste € 3.000 op hun levenslooprekening hebben staan. Vanaf 2012 wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd; tot nu toe opgebouwde rechten kunnen wel verzilverd worden bij opname van het spaartegoed. Vanaf 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Dit cohort houdt de mogelijkheid om in te leggen en op te nemen onder de huidige voorwaarden van de levensloopregeling. In 2019 bereikt het jongste lid van deze groep de AOW-gerechtigde leeftijd. De regeling is dan ook voor deze groep gesloten.

Deelnemers met minder dan €3.000 euro spaargeld kunnen het tegoed in 2012 opnemen of in 2013 onbelast doorstorten naar vitaliteitssparen. 



7 september 2011

Spaarloon stopt per 1 januari 2012


Het kabinet wil de inleg in de spaarloonregeling per 1 januari 2012 stopzetten. Deze maatregel is bedoeld om met de middelen voor de spaarloonregeling voor het jaar 2012 de verlaging van de overdrachtsbelasting te financieren. Het kabinet verwacht dat dit € 0,5 miljard zal opleveren. Tevens loopt het kabinet met de maatregel vooruit op de invoering van de vitaliteitsregeling, die al was aangekondigd in het regeerakkoord. In deze nieuwe regeling moeten de bestaande spaarloon- en levensloopregeling opgaan. Het kabinet verwacht dat dit op zijn vroegst per 1 januari 2013 zal gebeuren.
De inleg in de spaarloonregeling vervalt dus vooruitlopend op de invoering van het vitaliteitspakket al per 1 januari 2012. Het opgebouwde vermogen wordt conform de huidige systematiek jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven en de box 3-vrijstelling blijft in stand. Na vier jaar, dus per 1 januari 2016, wordt de spaarloonregeling opgeheven.



BV oprichten zonder verklaring


geplaatst in: BV

Sinds 1 juli 2011 heeft u geen verklaring van geen bezwaar meer nodig voor het oprichten van een besloten vennootschap. Dit komt omdat het ministerie van Justitie is overgegaan op een ander systeem van toezicht op rechtspersonen. Rechtspersonen worden vanaf nu gescreend op bepaalde momenten, zoals bij oprichting of statutenwijziging. Het ministerie gaat gegevens verzamelen uit diverse basisregistraties, zoals Handelsregister, Kadaster, Belastingdienst, Gemeentelijke basisadministraties etc.



BTW-correctie auto van de zaak


geplaatst in: Algemeen

Zoals aangegeven in ons nieuws van 9 juli jl wordt vanaf 1 juli 2011 de btw-correctie voor het privégebruik van een auto van de zaak anders berekend. Onderstaand de uitwerking:

Vanaf 1 juli 2011. Sinds 1 juli 2011 is de btw-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak niet langer gekoppeld aan de bijtelling voor de loon- en inkomstenbelasting.

De btw-correctie is voortaan forfaitair vastgesteld op 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) van de auto. Deze btw-correctie moet in het laatste btw-tijdvak van het kalenderjaar plaatsvinden.

Gunstiger? Deze correctie is iets gunstiger dan de oude standaardcorrectie. Tot 1 juli 2011 bedraagt de correctie namelijk 12% van de bijtelling die standaard 25% bedraagt. In dat geval is de btw-correctie 12% x 25% = 3%. Let op. Voor milieuvriendelijke auto’s met een lagere bijtelling pakt de nieuwe regeling minder gunstig uit!

Werkelijk privégebruik. Het is ook mogelijk om aan te sluiten bij het werkelijke gebruik van de auto van de zaak. In uw rittenadministratie moet u dan wel goed bijhouden welke kilometers u privé en welke u zakelijk maakt. De woon-werkkilometers worden daarbij als privé aangemerkt. Hierdoor zult u minder snel kunnen aantonen dat de forfaitaire correctie in uw geval te hoog uitpakt.

Van 1 januari 2011 tot 1 juli 2011? Het is nu alleen nog de vraag hoe de Belastingdienst zal omgaan met de btw-correctie over de periode 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2011. Dit hangt mede af van de uitkomst van het hoger beroep dat de Belastingdienst heeft ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank in Haarlem.

Bron: Tips & Advies belastingen