26 maart 2011

Verplichte schatting Vpb afgeschaft


geplaatst in: BV

Met ingang van 2011 is men niet meer verplicht om voor de Vennootschapsbelasting, binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar, de belastbare winst te schatten.
Ondernemers die de voorlopige aanslag 2011 Vpb willen aanpassen of aanvragen, kunnen dit doen met een formulier dat zij kunnen downloaden van de site van de Belastingdienst. Ook kan de ondernemer de voorlopige aanslag aanpassen of aanvragen met zijn commerciële softwarepakket, of een formulier aanvragen bij de BelastingTelefoon, tel. 0800 – 0543. Half april is het elektronische formulier voor de voorlopige aanslag op het persoonlijk domein voor ondernemers beschikbaar.
De Belastingdienst gaat in het najaar wel kijken of het ontbreken van een voorlopige aanslag op basis van historische gegevens terecht is. Ondernemers voor wie dit niet het geval is, ontvangen dan een brief met het verzoek een schatting te doen.



VAR ter discussie


Als u zich door uw bv laat verhuren, op persoonlijke titel arbeid moet verrichten en er geen sprake is van een gezagsverhouding dan komt u in aanmerking voor een VAR-dga. Het loont dan ook om bezwaar aan te tekenen tegen een eerder afgegeven VAR-loon.
Een coach heeft bij de Belastingdienst een verzoek ingediend ter verkrijging van een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor het jaar 2010 in verband met zijn werkzaamheden als sport(bonds)coach en trainer. Op het aanvraagformulier geeft hij aan dat het gaat om inkomsten uit werkzaamheden die hij als directeur-grootaandeelhouder (dga) verricht voor rekening en risico van zijn bv. De man is al geruime tijd actief als coach en trainer. In 2009 is zijn bv, in de persoon van de coach als directeur van de bv, een overeenkomst aangegaan met een sportbond waarin de bv zich verbindt tot het verrichten van bepaalde werkzaamheden.
De inspecteur geeft een beschikking VAR-loon af. De coach wil echter een VAR-dga en tekent bezwaar aan tegen de beschikking. Voor Rechtbank Breda is het de vraag of de coach in aanmerking komt voor een VAR-dga. Daarvoor moet allereerst worden vastgesteld of er sprake is van een gezagsverhouding zoals door de inspecteur word gesteld.
Vaststaat dat de coach verplicht is de werkzaamheden voor de sportbond persoonlijk te verrichten en dat de bond verplicht is om de coach voor zijn werkzaamheden te belonen. De rechtbank vindt dat uit de tussen de sportbond en de coach gesloten overeenkomst blijkt dat de werkzaamheden als coach zijn bedoeld om het zoveel mogelijk prijzen op (inter)nationale (landen)wedstrijden te winnen. Uit de overeenkomst blijkt echter niet dat er sprake is van een gezagsverhouding. Hoewel de sportbond enig gezag kan uitoefenen, blijkt uit de overeenkomst dat het gezag uitsluitend ziet op het verwezenlijken van de doelstelling van de bond: het winnen van zoveel mogelijk prijzen op (inter)nationale (landen)wedstrijden. De gezagsverhouding ziet niet op de wijze waarop de coach zijn werkzaamheden uitvoert. De gestelde voorwaarden dienen om de bond objectief controleerbare en meetbare gegevens te geven om te kunnen bepalen of de doelstelling wordt gehaald. De rechtbank wijzigt de eerder afgegeven VAR-verklaring dan ook in een VAR-dga.



Bijtelling auto over hele kalenderjaar


Als uw werknemer in de loop van het jaar een andere auto van de zaak krijgt, moet u even opletten. De rechter heeft hierover onlangs een interessante uitspraak gedaan. Waar moet u rekening mee houden?

Bijtelling privégebruik. Als een werknemer in een auto van de zaak rijdt, dan moet fiscaal rekening worden gehouden met het privégebruik hiervan. Indien op jaarbasis meer dan 500 privékilometers met de auto worden gereden, dient 25% van de cataloguswaarde bij het inkomen geteld te worden. Als er sprake is van een (zeer) zuinig auto, komen lagere bijtellingspercentages in zicht.

Deel van het jaar. Maar wat nu als uw werknemer maar een deel van het jaar privé gebruikmaakt van de auto van de zaak? Onlangs heeft de Rechtbank Leeuwarden hierover een interessante uitspraak gedaan.

In deze zaak ging het om een werknemer die in de eerste helft van het jaar een auto van de zaak had die hij niet privé gebruikte. Dit werd namelijk door zijn werkgever niet toegestaan. Om fiscaal niet te hoeven bijtellen, had de werknemer netjes een ‘Verklaring geen privégebruik’ aangevraagd en ontvangen van de Belastingdienst.

In de tweede helft van het jaar ging hij een andere auto van de zaak rijden welke hij wel privé mocht gebruiken. Dit deed hij dan ook. Zijn werkgever verwerkte over deze maanden een bijtelling auto van de zaak in de loonadministratie.

Standpunt inspecteur

De inspecteur legde echter een naheffingsaanslag op over de eerste helft van het jaar. Ondanks dat met de toen ter beschikking staande auto niet privé werd gereden, is volgens de inspecteur toch gedurende het gehele jaar de drempel van 500 kilometer overschreden en zodoende een bijtelling over het hele jaar verschuldigd.

Standpunt rechter

De Rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk. De werknemer had namelijk het hele jaar een auto van de zaak tot zijn beschikking. Het maakte daarbij niets uit dat het om twee verschillende auto’s ging, omdat de ene auto de andere verving. Ook het feit dat de werknemer de eerste auto niet privé mocht gebruiken, veranderde de uitspraak niet. Alleen als de werknemer had kunnen aantonen dat hij met de auto van de zaak over het gehele jaar niet meer dan 500 kilometer privé had gereden, was hij aan de bijtelling ontkomen.

Commentaar

Naheffing bij werknemer. Deze uitspraak betekende dat de werknemer naheffingsaanslagen loonbelasting/premies volksverzekeringen en Zvw kreeg opgelegd. Normaal gesproken zou de werkgever de eerste zijn die door de Belastingdienst wordt aangesproken. Echter, doordat de werknemer een ‘Verklaring geen privégebruik’ heeft verstrekt aan zijn werkgever, is hij aansprakelijk voor de inhouding indien achteraf blijkt dat deze toch had moeten plaatsvinden.

Hot item. De Belastingdienst heeft aangekondigd dat de bijtelling auto van de zaak hét controlethema voor de aangifte inkomstenbelasting 2010 is. Daarnaast is onlangs bekend geworden dat de Belastingdienst u telefonisch gaat waarschuwen wanneer zij vermoeden dat er onterecht geen bijtelling over de auto van de zaak wordt betaald.

Bron: Tipe & Advies belastingen (maart 2011)



Aandacht voor facturen


geplaatst in: BV,Eenmanszaak / VOF

Btw-facturen moeten aan een groot aantal eisen voldoen. De praktijk leert dat de Belastingdienst zich steeds formeler opstelt. Waar moet u op letten?

Factuureisen. Naast (bijna vanzelfsprekend) uw naam en adres en de naam en het adres van uw afnemer en de datum waarop de factuur is uitgereikt, moet op uw factuur onder meer ook uw btw-identificatienummer staan vermeld, de hoeveelheid en de aard van de geleverde dienst of goederen, zo mogelijk de datum waarop dat heeft plaatsgevonden, de eenheidsprijs (excl. btw), eventuele vooruitbetalingen en/of kortingen, het bedrag, het btw-bedrag en het toegepaste btw-tarief.

Als de heffing van btw is verlegd naar uw afnemer of als het een intracommunautaire levering betreft, moet u ook het btw-identificatienummer van uw afnemer vermelden. Daarnaast moeten uw facturen voorzien zijn van een opvolgend nummer.

Tijdige verzending. Waar de Belastingdienst tegenwoordig ook steeds vaker op let, is de tijdigheid van verzending van de factuur. Indien u namelijk verplicht bent een btw-factuur uit te reiken, dan bent u de daarop in rekening te brengen btw verschuldigd op het moment waarop de factuur wordt uitgereikt of had moeten worden uitgereikt. En van dat laatste is sprake vóór de 15e van de maand volgende op de maand waarin de dienst is verricht of de goederen zijn geleverd.

Boete. De specifieke aandacht van de Belastingdienst voor een correcte factuur en correcte facturering vloeit wellicht ook voort uit het feit dat de boete per onjuiste factuur is verhoogd naar maximaal € 4.920,-.

Factuur van afnemer. Uiteraard gelden de factuureisen ook voor uw leverancier. Maar u heeft wel enige zorgplicht ten aanzien van de factuur die hij aan u stuurt. Ontdekt u gebreken, verzoek dan om een nieuwe, correcte factuur. U loopt anders het risico dat de Belastingdienst bij een controle van mening is dat de btw op die onjuiste factuur niet als voorheffing kan worden verrekend. Dat zal niet direct het geval zijn bij kleine gebreken, maar u kunt dit maar beter voor zijn!

Uw btw-factuur. Die zorgplicht geldt ook voor uw afnemer. Die zal, bij fouten in uw factuur, wellicht ook eerder reclameren en verzoeken om een nieuwe nota. En hij zal de oude niet betalen voordat hij een nieuwe heeft. U doet er dus goed aan uw facturen nader te beoordelen.



Aangifte op tijd!!


geplaatst in: Algemeen

De belastingdienst gaat dit jaar extra controleren op het tijdig doen van de aangifte.

Aangifte 2010. De aangifte inkomstenbelasting over 2010 moet in principe ingeleverd zijn voor 1 april 2011. Uiteraard kunt u (of uw adviseur) voor het indienen van de aangifte uitstel aanvragen. Dit zal in de meeste gevallen ook wel worden verleend.

Boete. Wanneer u niet tijdig uw aangifte inkomstenbelasting heeft ingediend, zal de Belastingdienst u een boete opleggen. Deze boete wordt hoger naarmate u vaker te laat aangifte heeft gedaan. Als het de eerste keer is dat u verzuimt, zal een boete worden opgelegd van € 226,-. De boete wordt verhoogd tot maximaal € 984,- wanneer u voor de tweede keer te laat bent. Indien u vaker en zelfs stelselmatig te laat aangifte doet, kan maximaal een boete worden opgelegd van € 4.920,-.

Let op. Voor de vennootschapsbelasting is de boete bij het te laat indienen van de aangifte zowel de eerste als de tweede keer al € 2.460,-. Na de tweede keer betaalt u de maximale boete van € 4.920,-.

Aanmaning. Uiteraard heeft u niet zomaar een boete te pakken. De Belastingdienst zal eerst een aanmaning sturen. U krijgt dan nog 10 werkdagen de tijd om alsnog aangifte te doen. Pas als u ook deze termijn laat verlopen, zal de Belastingdienst een boete opleggen.

Overmacht. Het is echter mogelijk dat u er niets aan kunt doen dat er te laat aangifte is gedaan. Bijvoorbeeld omdat u na een zwaar ongeluk langdurig in het ziekenhuis bent opgenomen, zware psychische problemen had of het verzoek tot het doen van aangifte door de Belastingdienst naar een verkeerd adres is gestuurd. Als een dergelijke situatie zich voordoet, adviseren wij u zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de belastingdienst

Bron: Tips & advies belastingen (maart 2011)