Laatste Nieuws

17-01-2019
Hogere bijtelling auto van voor 2017 geen discriminatie
Per 1 januari 2017 is de standaardbijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak verlaagd van 25 naar 22% van de cataloguswaarde van de auto.

17-01-2019
Herinvesteringsreserve benut voor herstel fundering pand
De belastingheffing die een ondernemer behaalt bij de verkoop van een bedrijfsmiddel kan worden uitgesteld door de vorming van een

17-01-2019
Bedrijfsovernamefonds voor jonge boeren
In het regeerakkoord heeft het kabinet de komst van een bedrijfsovernamefonds voor jonge boeren aangekondigd. Dat fonds dient om de overname van het


 

 

Algemeen nieuws

Geen matiging transitievergoeding bij ontslag kort voor pensioen (25-10-2018)
Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR20181845, 17/04833 | 25-10-2018

Wanneer een dienstbetrekking wordt beëindigd op initiatief van de werkgever heeft de werknemer recht op een transitievergoeding als de dienstbetrekking langer dan 24 maanden heeft geduurd. De wettelijke regeling van de transitievergoeding is van dwingend recht. Dat betekent dat daarvan niet mag worden afgeweken. De voorwaarden voor het recht op een transitievergoeding en de regels voor de berekening van de hoogte van de vergoeding zijn nauwkeurig in de wet omschreven. Door het abstracte en gestandaardiseerde karakter van de regeling van de transitievergoeding is niet van belang of de werknemer na het eindigen van de arbeidsovereenkomst werkloos is of een andere baan heeft gevonden. Ook werknemers van wie de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd na meer dan twee jaren van ziekte hebben recht op een transitievergoeding.

Op basis van de wettelijk regeling heeft een werknemer, die kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt ontslagen, mogelijk recht op een transitievergoeding die hoger is dan het loon dat hij zou hebben ontvangen wanneer hij in dienst zou zijn gebleven. Dat is geen reden om de vergoeding te matigen. Een afbouw van de vergoeding, zoals destijds in de kantonrechtersformule was opgenomen, heeft de wetgever voor de transitievergoeding klaarblijkelijk niet gewild. De rechter moet de bevoegdheid om op basis van de redelijkheid en billijkheid de transitievergoeding te matigen terughoudend gebruiken, gezien het dwingendrechtelijke karakter van de regeling.

Terug