Laatste Nieuws

19-10-2017
Internetconsultatie regelgeving crowdfunding
Crowdfunding is een financieringsvorm in opkomst. De geldvrager gaat bij deze vorm niet naar de bank om zijn financiering te regelen, maar vraagt het

19-10-2017
Liever een oude auto van de zaak?
De werknemer met een auto van de zaak wordt geconfronteerd met een bijtelling bij zijn inkomen. De wet bevat namelijk de fictie dat een auto die voor

18-10-2017
Compensatieregeling zwangere zelfstandigen
Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 juli heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten een


 

 

Algemeen nieuws

Onvoldoende bewijs geen privégebruik (05-10-2017)
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLINLGHARL20177657, 16/01110, 16/01111, 16/01112, 16/01113 en 16/01114 | 05-10-2017

Indien een werkgever aan een werknemer een auto ook voor privégebruik ter beschikking stelt, heeft dat tot gevolg dat op kalenderjaarbasis ten minste 22% van de waarde van de auto bij het loon van de werknemer wordt geteld. De wet bevat de fictie dat het ter beschikking stellen van een auto voor zakelijk gebruik inhoudt dat de auto ook privé wordt gebruikt. Er vindt geen bijtelling bij het loon plaats als de werknemer erin slaagt om te bewijzen dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé is gebruikt. Dat kan aan de hand van een rittenregistratie, maar mag ook op een andere manier worden aangetoond. Wanneer een werkgever aan een werknemer twee of meer auto’s ter beschikking stelt, moet voor iedere auto een bijtelling worden toegepast.

Voor Hof Arnhem-Leeuwarden is onlangs een procedure gevoerd over het privégebruik van twee auto’s van de zaak door de dga van een bv. Voor de ene auto was een bijtelling voor privégebruik bij het loon in de administratie verwerkt. Voor de andere auto niet. Er werd voor de tweede auto in een reeks van jaren geen rittenregistratie bijgehouden. Wel was er een schriftelijke verklaring van de bv dat alleen de andere auto privé mocht worden gebruikt. Het hof was van oordeel dat de inspecteur terecht voor de tweede auto een bijtelling in aanmerking had genomen. Iedere vorm van objectief bewijs, dat het privégebruik per kalenderjaar niet meer dan 500 kilometer had bedragen, ontbrak. Voor een van de jaren was achteraf een rittenregistratie opgesteld. Ook die kon niet dienen als bewijs, omdat objectief controleerbare gegevens, zoals gegevens van de Nationale Auto Pas of facturen van garagebedrijven, ontbraken. De rittenregistratie bevatte geen begin- en eindstanden en geen exacte adressen van het startpunt en de bestemming.

Terug